| Reglement Senaat |
|
LIDMAATSCHAP
Artikel 1. Het verkrijgen van het lidmaatschap van de Senaat.Lid van de Senaat kan worden de natuurlijke persoon die de carnaval in Limburg een warm hart toedraagt en bereid is jaarlijks een bedrag van € 111,11 (zegge: éénhonderdenelf euro en elf cent) op een daartoe aan te wijzen bankrekening van de B.C.L. te storten. Het besluit tot toelating tot het lidmaatschap van de Senaat geschiedt op voordracht van enig bestuurslid door het dagelijks bestuur. Bij uitzondering kan lid van de Senaat worden een rechtspersoon die een speciale band met de carnaval in Limburg heeft, zulks uitsluitend met instemming van de meerderheid van de Senatoren aanwezig tijdens de jaarvergadering van de Senaat. Artikel 2. Schorsing van een lid en einde van het lidmaatschap.Een lid van de Senaat kan door het dagelijks bestuur worden geschorst1. als het lid handelt in strijd met de statuten of de door de algemene vergadering aangenomen reglementen;2. als het lid door zijn gedragingen of handelingen naar oordeel van het dagelijks bestuur schade toebrengt aan de bond of diens belangen in gevaar brengt;3. als het lid na twee keer te zijn aangemaand in gebreke blijft met het nakomen van zijn financiële verplichtingen jegens de bond. Schorsing van een lid wordt verantwoord door het dagelijks bestuur op de eerstvolgende vergadering van het bondsbestuur. Een lid van de Senaat, geschorst door het dagelijks bestuur heeft na de bevestiging van deze schorsing door het bondsbestuur het recht in beroep te gaan tegen deze schorsing bij de algemene ledenvergadering.Een schorsing kan éénmalig worden uitgesproken voor de duur van maximaal één jaar. Het lid is na afloop van de schorsing weer gewoon lid van de Senaat. Een tweede aanleiding tot een schorsing heeft automatisch ontzetting uit het lidmaatschap tot gevolg, waarbij de procedure gelijk is aan die in de vorige alinea. Het lidmaatschap eindigt door opzegging door het lid met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de opzegging op uiterlijk 30 september van het voorafgaande jaar. Artikel 3. Rechten leden van de Senaat.Een lid van de Senaat is geen lid van de vereniging B.C.L. en heeft derhalve in geen enkel gremium van de vereniging stemrecht, met uitzondering van het gestelde in de laatste alinea van dit artikel.Een lid van de Senaat zal zoveel als mogelijk de activiteiten van de B.C.L. bijwonen en zal daartoe door het bestuur worden uitgenodigd en aangemoedigd.De order, behorende bij het lidmaatschap, zal door de BCL beschikbaar gesteld worden. Deze order dient als herkenning van de senaat en kan bij iedere gelegenheid binnen het carnavalsseizoen gedragen worden.De order blijft eigendom van de BCL en dient bij einde lidmaatschap bij de voorzitter ingeleverd te worden. Uitsluitend in een bijeenkomst van de leden van de Senaat heeft een lid stemrecht over die onderwerpen die het dagelijks bestuur aan de Senaat wenst voor te leggen. In deze vergadering kan, mits minimaal de helft van de leden aanwezig is, met volstrekte meerderheid van stemmen worden besloten het bedrag van de jaarlijkse dotatie te verhogen. Artikel 4. Verantwoording gelden.Jaarlijks zal door het Bondsbestuur op een bijeenkomst van de Senaat een overzicht worden gegeven van de doelen waaraan de gelden bijeen gebracht door de Senaat zijn besteed. De gelden staan de penningmeester van de B.C.L. ter beschikking op gelijke wijze als de overige geldmiddelen van de vereniging.
Artikel 5. Wijziging van het Reglement Senaat en onvoorziene zaken. Aldus vastgesteld door: Algemene ledenvergadering Senaat . Datum: 14 september 2007. |
